Kennis en inzicht van het boksen
Men onderscheidt het wedstrijd- en het spelboksen. Zowel bij het wedstrijd- als bij het spelboksen gaat het er om de tegenstander te raken zonder daarbij zelf geraakt te worden
Bij een wedstrijd staat het leveren van een prestatie op de voorgrond. Het doel van het spel is echter elkaar nuttig en aangenaam bezig te houden: daarom worden de stoten niet op volle kracht geplaatst
Wat de betekenis van boksen als sport betreft, moet op de voorgrond worden gesteld dat, evenals bij andere sporten, het boksen op de eerste plaats een vorm van vrijetijdsbesteding is. Een zelf gekozen activiteitsvorm waarbij het gaat om de prestatie. Het boksen als lichaamsbeoefening legt het accent op de bokstraining, dat om haar totaliteitskarakter gewaardeerd wordt.
Het zal natuurlijk worden beoefend door hen, die daarvoor het meest lichamelijk en geestelijk geschikt zijn. Bij het boksen immers, is het hele lichaam in actie: er moet veel spierarbeid verricht worden. Deze spierarbeid vereist een intensiever functioneren van de bloedsomloop, zenuwstelsel en ademhalingsorganen.
Met betrekking tot de spierontwikkeling kan gezegd worden, dat vooral de grote borstspieren, arm-, been-, en buikspieren de invloed van het boksen ondergaan. Training van de buikspieren is noodzakelijk om de bokser minder gevoelig te maken voor stoten in de maagstreek.
Het staat voor velen vast, dat boksen alleen door fysiek krachtige zal kunnen worden beoefend; echter dit behoeft in geen geval zo te zijn. Vanzelfsprekend moet de beoefenaar gezond zijn, doch boksen is beslist geen sport voor krachtpatsers.
Boksen is een spel van methodisch vechten, waarbij men de aanwezige krachten doelmatig moet gebruiken; iemand die zwaar en groot is, zal zich minder snel bewegen dan iemand die licht van bouw en gestalte is. Bovendien moet de bokser tegenover een zwakkere tegenstander sportieve tegenstand bieden.
De bokssport heeft slechts waarde, wanneer zij een bijdrage kan leveren bij de opvoeding van de jeugd en de volwassen man.
Men kan op twee manieren boksen
A. Met het doel de tegenstander zo spoedig mogelijk buiten gevecht te stellen
b. Met het doel elkaar nuttig en aangenaam bezig te houden, doch elke pijnlijke treffer te
Vermijden.
Het eerste is het eigenlijke vechtboksen, waarbij men er in hoofdzaak op bedacht is de tegenstander op de meest kwetsbare plaatsen (kin, zijden en maagstreek) zo hard mogelijk te treffen en beletten, dat hij die punten treft.
De tweede manier van boksen is veel meer een spel, waarbij het doel is, de tegenstander zoveel mogelijk te treffen zonder hen hard te raken of buiten gevecht te willen stellen en zelf zo weinig mogelijk getroffen te worden.
De medestander / speler
Een opmerkelijke zaak: U leest hier medestander / speler; dit in tegenstelling tot de wedstrijdbokser, waarbij we spraken over tegenstander. Als we een juiste typering willen geven omtrent het begrip SPELboksen, dan kunnen we dit onsziens het beste doen doormiddel van de volgende zin:
"het spelboksen is een gevecht met iemand tegen jezelf"
Je bokst dus niet tegen, maar met iemand. Je probeert de ander niet te overwinnen, maar je probeert je eigen fouten te verbeteren. Het is dus een samenspel, waarbij de een de ander helpt. Op deze wijze heeft het boksen dan ook een vormende waarde. Je leert jezelf beheersen, je leert te accepteren en incasseren. Het boksen kan zo zeker een opvoedende taak inzicht dragen.
Het spelboksen
Het spelboksen is een vorm van boksen waar de laatste jaren steeds meer over gepraat wordt. Er kan echter, naar onze mening pas van spelboksen spraken zijn als aan het einde van een wedstrijd (ook dit woord is onjuist) geen uitslag wordt gegeven.
Men wijst dan vooral op de juiste manier van verdedigen, hetgeen altijd als voornaamste gehandhaafd moet blijven. Bovendien moet men er altijd op wijzen dat bij het spelboksen het devies is en blijft "zorg ervoor zoveel mogelijk te raken, maar zo weinig mogelijk zelf geraakt te worden".
Wanneer gevorderde leerlingen aanwezig zijn, moet men altijd in de beginperiode een nieuweling met hen laten sparren, omdat deze in staat is zich op de juiste manier aan te passen door de nieuweling niet of heel licht te raken; dit laatste als aanwijzing dat de nieuweling zijn dekking beter moet verzorgen.
Nieuwelingen zullen meestal in het begin hun stoten op een stugge manier plaatsen. Dit is zeer hinderlijk en men dient hieraan goede aandacht te besteden en er op te wijzen dat de stoten soepel en getrokken moeten worden geplaatst.
Het is zeer bevorderlijk er op te wijzen dat bij het boksen lichaam en hoofd steeds in beweging zijn en blijven; want ten eerste geeft deze veel minder trefkans voor de medestander of tegenstander, ten tweede, wanneer een stoot wordt geplaatst, zal men gemakkelijker met deze stoot kunnen meegaan om zodoende de kracht daarvan te breken.
Bij het oefen op ballen, zakken, handschoenstoten, schaduwboksen enz. moet men hier al op wijzen, zodat deze methode er van het begin af aan wordt ingebracht.
Het is opmerkelijk, dat in de beginperiode de brute kracht voordelen geeft, doch wanneer de leerlingen de techniek gaan beheersen, dan zal de brute krach altijd onschadelijk gemaakt worden door de techniek.
De leraar wijst vanaf begin er goed op dat met alleen met brute kracht niets te bereiken is, doch de techniek altijd zal zegevieren.